follow us facebook twitter

U heeft helaas niet de juiste flash versie geïnstalleerd.

De nieuwste versie kan u downloaden op www.adobe.com.

(U moet uw Flash Player upgraden)

 
 

Interview Huba de Graaff en Bart Visser

door Jacqueline Oskamp

"Ontkoppeling is het sleutelwoord in Diepvlees", legt regisseur Bart Visser uit. "Op allerlei niveaus is er in onze maatschappij een soort vervreemding gaande. Neem de voedingsindustrie. Als je bij Albert Heyn een stukje vlees koopt, heb je meestal geen idee van welk beest dat afkomstig is, laat staan dat je weet waar het vandaan komt. Het is moeilijk om connected te blijven met de dingen om je heen. "

"Dit stuk is geen aanklacht tegen de bio-industrie, maar we gebruiken de setting van een ‘geheime vleeskeuringsdienst' als kapstok om die ontkoppeling te tonen. Zo neemt de directeur in uiterste wanhoop een hap uit zijn eigen vlees, zodat die versmelting op een bizarre manier wel weer optreedt. Ook gebruik ik allerlei spionage-achtige beelden, zoals een grote hoeveelheid microfoons, tapes en bandrecorders-gereedschap om af te luisteren. In de vormgeving van de ruimte ben ik uitgekomen op de kwaliteit van materialen: hard-zacht en doordringbaar-ondoordringbaar. Dan moet je denken aan bamboe, karton, messing, schapenvacht enzovoorts. Mijn werk gaat niet over moraal of over de wereld, maar over de menselijke maat."

Publiek als afluisteraar
"Ik kan me herinneren hoe ik als kind ooit in een microfoon zong en mijn eigen stem via de luidsprekers terughoorde. Ik schrok me dood." Zo illustreert componiste Huba de Graaff het thema ontkoppeling. "Tegelijkertijd heeft de microfoon heel andere zangtechnieken mogelijk gemaakt. De klassieke operazanger is getraind in dat volle bombast dat nodig is om ook de achterste rijen te bereiken. Dankzij de microfoon zijn veel subtielere expressiemogelijkheden ontstaan die vooral in de popmuziek worden gebruikt. Diepvlees is een ‘afluisteropera' waarin de zangers heel zacht zingen. Dat bewerkstellig ik door neuzelige melodieën met veel kleine tertsen te schrijven. Of door de directeur heel zacht in zijn kraag een memo-recorder te laten inzingen. Het publiek komt daardoor in de rol van afluisteraar terecht. Misschien dat ze sommige scènes zelfs via een mp3-spelertje zullen volgen. Daartegenover staat een twintigkoppig saxofoonorkest dat voor ontlading zorgt. In de bedrijfskantine hangen speakers waar dat orkest vrolijk uitbralt. En als je die tape langs de koppen van een bandrecorder trekt, dan klinken de blazers plotseling weer als varkens."

 

Terug naar de voorstelling