follow us facebook twitter

U heeft helaas niet de juiste flash versie geïnstalleerd.

De nieuwste versie kan u downloaden op www.adobe.com.

(U moet uw Flash Player upgraden)

 
 

Gesprek met Stijn Devillé

Stijn Devillé schreef en regisseert HITLER IS DOOD. Met zijn fascinatie voor en kennis van de Tweede Wereldoorlog is hij daarvoor de geknipte persoon. Hoe creëerde hij dit stuk en de personages? Welk belang hadden de Neurenberg processen en waarom is dit verhaal nog steeds relevant?

Waarom de keuze om van de Neurenberg processen een theaterstuk te maken?
"Zo'n vijf jaar geleden werden de verhoren die vóór het proces werden afgenomen, toegankelijk gemaakt. Vanuit mijn fascinatie wou ik dat materiaal meteen lezen. Mijn voorstellingen gaan vaak over individuele verantwoordelijkheid, over hoe mensen zich gedragen in een bepaalde situatie. Je krijgt hier een hele hoop mensen die duidelijk fout hebben gehandeld en die elk een andere manier zoeken om met die fout om te gaan. Meestal door die fout te ontkennen of te minimaliseren. Toen ik dat allemaal las, vond ik dat zo'n dwingend materiaal dat ik er meteen mee aan de slag wou."

Zal het stuk ook mensen aanspreken die niet meteen in de geschiedenis van WO II geïnteresseerd zijn?
"Voor mij gaat het weinig om de geschiedenis as such, wel om de confrontaties tussen de hoofdrolspelers. Dat gaat hard tegen hard. Ik vind dit theater bij uitstek. Het is niet mijn bedoeling een realistische reconstructie te maken, het is geen documentaire. Dat die historische figuren door een grote en erg verscheiden cast van rasacteurs vertolkt worden, belooft ook vuurwerk. Met enerzijds oude rotten als Warre Borgmans en Rik Van Uffelen, die na twee decennia in Nederland (bij Toneelgroep Amsterdam en het Nationale Toneel) nu eindelijk weer voor Vlaanderen kiest, aangevuld met oude rotten als Jos Geens, Dirk Buyse en Kris Cuppens en anderzijds hun jonge tegenspelers Pieter Genard, Sara Vertongen, Janne Desmet en Maarten Ketels. Bovendien doen er drie fantastische muzikanten mee. Muziek kan een laag vertolken die je niet met woorden of beelden vertolkt krijgt, en die vaak de dingen opentrekt en je de kans geeft om op een andere manier naar iets te kijken. De muziek maakt het tegelijk ook heel filmisch."

Je hebt de geschiedenis en de feiten, de misdaden. Maar die misdadigers waren ook mensen.
Dat intrigeert mij: wat dachten en voelden zij op dat moment, in die situatie?

"Dat is zo fascinerend aan dit materiaal: al die personen met hun eigen drijfveren en hun eigen strategieën, die niet noodzakelijk strookten met die van hun medebeklaagden. Dat schuurt en wringt. Heel vaak zijn de argumenten plausibel, hoe vreselijk dat ook is om te zeggen. Je schrikt daar vaak van, dat je toch vatbaar bent voor argumenten en dat je probeert te begrijpen. Wat WO II betreft en de genocide die daar onlosmakelijk mee verbonden is, is het bijna ondenkbaar dat je daar begrip voor opbrengt. Het is ook absoluut niet mijn bedoeling om iets te vergoelijken. Maar je wordt geconfronteerd met het ultieme kwaad en je moet uitmaken hoe je daar tegenover staat. Dat is de kant van de aanklagers. Ik heb van de aanklagers een groep jonge mensen gemaakt en die tegenover de beklaagden gezet, die allemaal ouder zijn, een leven achter zich hebben en alleen maar de dood voor ogen hebben. Die groep jonge mensen start nog maar net in het leven en wordt plots geconfronteerd met iets dat alle hoop op een toekomst kapot maakt. Die jonge mensen vertegenwoordigen voor mij alle latere generaties. Zij maken de brug naar vandaag, staan voor het hier en nu. Die genocide heeft toen plaatsgehad maar is niet voorbij, ze is onomkeerbaar en we zitten nu nog steeds met de erfenis. Het gebeurt ook nog overal rondom ons: Rwanda, Srebrenica, Darfur... En nog steeds hebben wij geen grip op zulke situaties. Je vertelt een stuk geschiedenis maar tegelijk vertel je een verhaal van vandaag."

Het historische materiaal vormt de basis van je tekst. Vervolgens creëer je de personages,
die gedeeltelijk fictief zijn. Hoe ga je daarbij te werk?

"In werkelijkheid waren er 24 beklaagden, daaruit moet je kiezen. Wie is theatraal en/of historisch interessant? Welke standpunten vertegenwoordigen ze? Welke strategieën wenden de beklaagden aan om hun zaak te bepleiten? Je zet dat allemaal naast mekaar en zoekt daarin de theatraliseerbaarheid en de conflictstof. Bij het creëren van de personages ben ik heel dicht gebleven bij wat de beklaagden hebben gezegd, in een gesprek met hun psychiater, tijdens een voorafgaandelijk verhoor of op het proces. De fictie doet zijn intrede bij de vier jonge stemmen, de aanklagers. Die aanklagers zijn er wel geweest maar ik heb mij de vrijheid gepermitteerd om nieuwe personages te creëren. Enkel de hoofdaanklager heette ook in werkelijkheid Robert Jackson. Zijn naam en functie heb ik behouden en ook het feit dat het openingsverhoor dat hij van Goering afnam, compleet de mist inging, Dat vond ik interessant. Goering blijkt zeer intelligent en heeft heel wat argumenten om te zeggen: het is niet omdat je de oorlog gewonnen hebt, dat je altijd gelijk hebt. Dat gegeven van die Robert Jackson heb ik dus behouden. Maar verder zijn de ontmoetingen tussen de jonge mensen fictief. Ik heb me wel gebaseerd op getuigenissen over hoe die stad er toen bij lag. De was compleet verwoest. Het Grand Hotel was het enige gebouw dat nog overeind stond en nog bewoonbaar was. Heel die staf van de rechtbank was gelogeerd in dat hotel. 's Avonds waren daar bonte feesten met muziekoptredens. Er werd gedanst, veel gedronken en heel veel gevrijd. Over Neurenberg werd achteraf bijvoorbeeld gezegd dat de seksuele revolutie daar al had plaatsgevonden i.p.v. in 1968. Er was de ontlading van de oorlog die achter de rug was, maar tegelijk probeerde men dat vreselijke proces rond te krijgen. 's Avonds werden alle remmen losgegooid. Het was heel bijzonder, een soort van microkosmos, iedereen die iets te betekenen had als jurist of journalist was toen in Neurenberg. Van die dingen heb ik dankbaar gebruik gemaakt om er een verhaal rond te maken."

 

Terug naar de voorstelling