Camille Saint-Saëns
Kameroperahuis
regie
Jim Lucassen
arrangementen
Daniël Hamburger
scenografie
Marloeke van der Vlugt
zang
Griet de Geyter sopraan, Brad Cooper tenor
ensemble
Koh-I-Noor Saxofoonkwartet
Camille Saint-Saëns, componist van onder meer Le Carnaval des Animaux en de beroemde Orgelsymfonie, schreef ook opera’s. Met de kameropera La Princesse Jaune (De gele prinses) uit 1872 speelde hij in op de Japan-gekte van die tijd waar ook Puccini’s Madama Butterfly een voorbeeld van is. In de opera wordt de Nederlandse schilder Kornelis verliefd op het door hemzelf geschilderde portret van een Japanse prinses. Het meisje Lena, dat op hém verliefd is, ziet hij aan voor de keizersdochter. Ze zet alles op alles om hem ervan te overtuigen dat hij van háár houdt, en niet van een onbereikbaar ideaal. Regisseur Jim Lucassen trekt het verhaal naar deze tijd door van Kornelis een kunstenaar te maken, die werkt in de populaire mangastijl. Lena is zijn galeriehoudster. Daniel Hamburger bewerkt de lyrische, oriëntaals aandoende muziek voor saxofoonkwartet. “De sax past goed bij het klankidioom van dit werk”, zegt Lucassen. “Men vond de sax in de 19de eeuw meestal een vulgair, sensueel instrument. Dat sensuele past juist mooi bij de bedwelmende muziek van de opera.”

