Blogs

Over sterke vrouwen en dingen die voorbij gaan

Femmes Fatales is de titel van de operawandeling die ons langs Cosima, Leonore, Butterfly, Mimì en Tosca leidt. Voor de operaliefhebber ogenschijnlijk bekend terrein, maar alle drie de voorstellingen werpen op heel eigen wijze licht op deze figuren. Als bij een proeverij worden ze ons voorgeschoteld.

Cosima
In de beperking moet Christiaan Kuyvenhoven zich de meester tonen; zijn Cosima duurt oorspronkelijk twee uur en hier krijgt hij 30 minuten. Toch weet hij een mooie lijn te trekken in het relaas van de dochter van componist en klavierleeuw Franz Liszt. Hij gebruikt daarvoor een eigen ervaring die hij had in Luzern, Zwitserland, waar ook Cosima Wagner heeft gewoond. En als we dan in de 19e eeuw zijn aangekomen, ontpopt de verteller zich als een begenadigd pianist en speelt de prachtige Siegfried Idyll.

Liszt heeft geen tijd voor de opvoeding van zijn kinderen, en brengt ze onder bij dirigent Hans von Bülow. Er ontbloeit een liefde tussen Cosima en Hans, die Kuyvenhoven verklankt met een arrangement van Wintersturme wichen den Wonnemund uit Die Walküre. Helaas: Hans is een teleurstelling in vergelijking met de sterke vader waar Cosima zo tegenop kijkt. En wanneer ze dan componist Richard Wagner ontmoet, heeft ze haar doel in het leven.

In de mooie salon in het Natuurhistorisch Museum lijken we ineens op de sociale kring rond Wagner, geboeid door zijn ambities en muziek. Kuyvenhoven beschrijft de hartstocht en opoffering van Cosima met warmte en overtuiging. Haar huwelijk met Richard is haar wedergeboorte, die ze zal bezegelen in de dood. Die bezegeling laat overigens nog 47 jaar na Richards dood op zich wachten; Cosima sterft in 1930. In het beperkte tijdsbestek van deze voorstelling sluit de verteller als pianist passend af met Isolde's Liebestod. De apotheose blijft ook in het pianoarrangement, op een niet-ideaal klinkende vleugel, stevig overeind. Deze proeverij smaakt naar meer.

Leonore
We hebben het hier niet over de figuur uit Beethovens opera, maar de protagoniste uit wat 'de oervorm van de horrorballade' is geworden. Een welkome introductie vertelt ons van een lang gedicht uit 1773 van Gottfried August Bürger, die probeerde de lage cultuur van spinnewiel- en soldatenliederen naar een hoger plan te verheffen. Het gedicht kent echter één rijmvorm en een gelijksoortig ritme. Het is aan drie jonge studenten van Codarts Opera*Lab om ons middels een soort Sprechgesang in de Romantische vorm van het melodrama mee te krijgen.

Dat betekent dat de studenten zelf bepalen hoe ze met de tekst omgaan; welk ritme, volume of frasering ze kiezen. Er is pianobegeleiding met muziek van Franz Liszt, maar gezongen wordt er niet, en daarmee traint men zich in andere aspecten van het operavak. De tekst geeft alle reden tot expressie, want Leonore wacht op de terugkomst uit de oorlog van haar geliefde Wilhelm. Haar moeder maant haar op God te vertrouwen, maar Leonore erkent geen god als deze haar het geluk met Wilhelm niet zou gunnen. Een geharnaste ruiter verschijnt, die haar meeneemt naar het bruidsbed. De ruiter blijkt echter, o schrik, de Dood te zijn. In het bed ligt haar geliefde op haar te wachten en omdat hij gestorven is, zal zij hem alleen in de dood weer ontmoeten. Met haar sterven klinkt ook de moraal: heb geduld, ook als je hart breekt, keer je niet tegen God.

Binnen de context van de Operadagen is deze voorstelling zeer welkom: het biedt ons een blik op een voordrachtsvorm die we niet vaak zien. Het Codarts Opera*Lab is een platform om studenten met onderdelen van hun opleiding tegelijkertijd een podium te bieden. In de artistieke keuze om de voordracht met veel pathos te omkleden, blijft het melodrama echter een historische vorm, die bovendien soms zelfs lachwekkende momenten oplevert. Voor de jonge studenten, de toekomst van opera, hoop je dat er in het curriculum ook voldoende tegenwicht zit. Hoe spannend was het geweest als dit tijdsgebonden gedicht door eigentijdse voordracht een moderniteit had weten te vinden?

Puccini's heldinnen
Zoals Kuyvenhoven een verteller én een pianist is, zo is Simonne Moesen een vertelster, actrice én zangeres. Met haar frêle gestalte weet ze het hele podium van het Ro Theater te beheersen. Moesen vertelt over Butterfly, maar transformeert al snel met mooie subtiliteit in het personage. Wat een verrassing als deze vrouw Un bel dì gaat zingen. De stem is een afspiegeling van het lichaam van de performer: duidelijk gedefiniëerd, maar met warmte en uitstraling. Geen klassieke operastem, wat in de context van deze voorstelling zeer goed past. Ineens blijken we ons in de meest overtuigende introductie van opera te bevinden. De drijfveren en hartstochten van Butterfly, Mimì en Tosca zijn weliswaar uitvergroot en ingekaderd, maar Moesen speelt er zó innemend mee dat we er gewillig en vol overtuiging in meegaan.

Een korte vogelvlucht van sterfmomenten, hilarisch maar niet overdreven, benadrukt Puccini's voorkeur voor de abrupte dood op het toneel. We kunnen erom lachen, en mogen dat ook, maar het drama wordt er niet minder om. En de ontroering ook niet. Wanneer ze voor de derde keer in een ander paar schoenen stapt en daarmee, met Vissi d'arte, afsluit als Tosca, krijg ik kippenvel en sluit de zoveelste Belg in dit festival in mijn hart.

Ten slotte
Een laatste openbaring uit deze wandeling: 'Nothing in biology makes sense except in the light of evolution.' Deze uitspraak tooit de salon in het Natuurhistorisch Museum en is te mooi en te muzikaal om niet aan te halen.

afbeelding van Marc van der  Heijde

door: Marc van der Heijde

Marc combineert zijn liefde voor klassieke muziek met zijn professionele expertise. Hij ondersteunt musici, muziekensembles en -organisaties, zie www.greenroomcreatives.nl

Terug

Reacties (1)

  • WALPURGIS
    Bedankt voor de mooie analyse. Wij hebben genoten van ons dagje Rotterdam. Dank ook aan het Ro theater voor de professionele ontvangst! Graag tot volgend jaar! Simonne, Kaat, Judith & Stef

Reageer

* Verplichte velden