Nieuws

KING ARTHUR toen en nu

Wat hield de semi-opera van Henry Purcell in? En hoe heeft regisseur Paul Koek het werk gebruikt in de voorstelling Arthur?

TOEN

KING ARTHUR - Purcells origineel

King Arthur van Henry Purcell (1659-1695) is een semi-opera: een typisch Engelse barokgenre waarin gesproken dialogen afgewisseld worden met zang- en danspartijen. In 1691 ging het werk in première ter ere van de overwinning van de Protestantse (Hollandse stadhouder) William op de Katholieke King Jacob, een jaar eerder. Om een vergelijking in de strijd te kunnen trekken, baseerde librettist John Dryden zich op de vroegste Arthur-legenden uit de vijfde en zesde eeuw. Laat- middeleeuwse verhaalelementen – zoals het zwaard Excalibur, Camelot, de ridders van de ronde tafel of de Heilige graal – komen in King Arthur dan ook niet voor. Wel zien we de magiër Merlijn, naast talrijke figuren uit de Romeinse en Germaanse mythologie.

De christelijke Arthur, koning van de Britten, voert oorlog tegen de heidense Oswald, koning van de Saxen. Ze worden geholpen (en tegengewerkt) door allerlei bovennatuurlijke wezens. Spil van deze strijd is de mooie, blinde Emmeline. Oswald neemt haar gevangen in zijn kasteel dat omringd is door een betoverd bos. Met behulp van luchtgeest Philidel weet Arthur het bos te doordringen en Emmeline's blindheid te genezen. Ze zal echter pas vrij zijn als Arthur de betovering van het bos kan verbreken. Allerlei beproevingen later lukt hem dat, uiteraard. Maar voor het zover is, probeert Oswald Emmeline te verleiden met een toverspektakel: de beroemde 'Frost Scene', waarin Cupido (god van de liefde) het opneemt tegen de Cold Genius (demon van de winter).
Beluister de 'Cold Song' uitgevoerd door Andreas Scholl/Deutsche Oper >

NU

Regisseur PAUL KOEK over zijn versie

"Arthur maken we in het kader van de herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog, nu 100 jaar geleden. Omdat in King Arthur van Purcell geen oorlog wordt herdacht, maar een overwinning wordt gevierd, was het noodzakelijk om in te grijpen in het origineel. In de overtuiging dat de Eerste Wereldoorlog geen winnaars kent, maar slechts een onbeschrijflijk leed voor miljoenen mensen heeft opgeleverd, zagen we ons genoodzaakt het libretto van Dryden te laten varen en Peter Verhelst te vragen een tekst te schrijven die het verdriet en het lijden voor ons ervaarbaar maakt.

Muzikaal maken we maximaal gebruik van de rijkdom van Purcells Arthur. Vele aria's, duetten en instrumentele stukken hebben binnen onze context hun plek gevonden. Zijn muzikaal idioom strekt zich uit van nationalistische melodieën, voorzien van heldhaftige teksten tot aan gevoelige aria's met de voor Purcell zo kenmerkende zachte, ontroerende klanken. En ronduit oorlogszuchtige liederen wisselt hij af met het naïeve bezingen van het heerlijke, onbezorgde pastorale leven in vredestijd.

Deze gelaagdheid is van belang, omdat het doordringen tot de kern van de tragedie van de Eerste Wereldoorlog een schijnbaar eindeloze zoektocht is. Honderd jaar na dato zijn de historici er nog steeds niet in geslaagd het onbegrijpelijke begin van deze onbegrijpelijke, vier jaar durende slachtpartij te reconstrueren. Terwijl de gruwelijkheid van het massale lijden zo overweldigend is dat het ons het zicht op de pijn, het verdriet en het lijden van elk individu ontneemt. De enige overwinnaar in een oorlog is de dood. Daarom pogen wij met deze Arthur dit individuele lijden van elke soldaat, elke verpleegster, elke deelnemer aan deze oorlog aan te raken. Omdat in het lijden van één mens zich het lijden van een heel volk weerspiegelt. Wij droomden allen van een andere wereld. Met Arthur benaderen we het immense verdriet vanuit de zachtheid van de liefde voor elk afzonderlijk individu. Want waar er één mens gewelddadig sterft, wordt de menselijkheid in haar ziel geraakt."

Paul Koek

Terug